Dit boek was mij door twee mensen persoonlijk aangeraden. De titel vond ik zo fout. Het sprak me gewoon totaal niet aan om dit boek te gaan lezen. Per toeval kwam ik het tweedehands tegen. Ik heb het toen voor een prikkie gekocht en in mijn kast gezet. Daar heeft het echt maanden gestaan. Nu heb ik sinds begin 2021 het voornemen om de boeken in mijn kast met de minst aansprekende titel te gaan lezen of weg te doen. Zodoende ben ik het boek gaan lezen. Zonder verwachtingen.
Vooral niet
Het begin van het boek vond ik niet zo interessant en ik was overtuigd dat het niet eens boek review waardig zou zijn. Ik maakte geen aantekeningen, zoals ik dat gewoonlijk wel doe. Toen ik op de helft was had ik al spijt dat ik geen aantekeningen had van de eerste helft. Tja, om dit dan toch nog alsnog te gaan doen....
Niet gedaan dus. Geen één aantekening gemaakt, maar het boek is top! Er staat heel veel interessante informatie in. Ik heb besloten dat ik het boek nog een keer ga lezen met meer aandacht en dat ik dan wel aantekeningen ga maken. Er staan ook verschillende mooie spreuken en quotes in. Eentje wil ik er graag uitlichten:
Er zijn geen obstakels op het spirituele pad.
Obstakels zijn het pad.
Anonieme boeddhistische spreuk
Het is een boek dat je aan het denken zet. De subtitel luidt; De weg naar zelfacceptatie en geluk in relaties.
Eind 2025, begin 2026 ben ik voor een tweede keer dit boek gaan lezen en nu met mijn notitieboekje in de aanslag om aantekeningen te maken. Het is veel meer geworden, dan ik in eerste vermoedde. Veel leesplezier!
Deel 1 - Niets is zoals het lijkt
1. Inleiding: de moeder van alle misvattingen
Er is iets vreemds aan de hand met het verschijnsel liefde: het kan aanleiding zijn tot zowel het hoogste geluk dat we ooit ervaren, als tot de diepste ellende en pijn. Dit boek gaat over liefde en lijden, maar veel meer nog over datgene in ons wat liefheeft en pijn lijdt, namelijk onze geest. Doordat we de ware aard van onze geest niet herkennen, hebben we ook een fundamenteel onjuiste kijk op het verschijnsel liefde en op de liefdesrelaties die eruit voortvloeien. En dat maakt dat we in onze relaties eigenlijk zélf degene zijn die al die pijnlijke ellende creërt waar de liefde juist een eind aan zou moeten maken.
Dit boek gaat over die diepere laag van onze geest waarin de oorzaak ligt van heel veel lijden, zowel in relaties als daarbuiten. Het leren begrijpen van deze oorzaak is niet zo eenvoudig: het vereist een open geest die eerst onderzoekt alvorens te oordelen.
We verkorten of verknallen ons geluk door de manier waarop we ons eraan vastklampen. We vergroten of verlengen onze ellende door de manier waarop we ervan af proberen te komen.
Je zult patronen leren herkennen waarmee je je negatieve gevoelens probeert kwijt te raken en daardoor juist telkens weer opnieuw oproept. Je zult zien dat het geluk veel dichterbij is dan je altijd hebt gedacht. Het zit in de oplossing van de fundamentele misvatting en de herkenning van de essentie van je eigen geest. Dat brengt je vanzelf tot het loslaten van de oorzaken van het lijden en het ontwikkelen van de hulpmiddelen die je bij onvoorwaardelijk geluk brengen. Dan kun je pas echt liefdevolle relaties aangaan, en die fantastische baan en dat nieuwe huis mogen ook best, maar je geluk hangt er dan niet meer van af.
Het is mogelijk en haalbaar om jezelf te bevrijden van het streven naar liefde, door je te realiseren dat die liefde altijd al bij je was. In die staat is er geen gemis aan liefde meer, nodig hebben van liefde is er onbekend, het is een moeiteloze staat van onvoorwaardelijke liefde geven en ontvangen.
2. De eerste laag van onze identiteit: het negatieve geloof
Zo zitten we gevangen in een dilemma van hoop op erkenning en angst voor afwijzing enerzijds en zelfafwijzing anderzijds. De oorzaak van deze fundamentale hoop en vrees is gelegen in de aard van de relatie die we met onszelf hebben, of anders gezegd, in ons zelfbeeld, onze identiteit. Die heeft namelijk een structuur die geheel bepaald wordt door zelfafwijzing.
Angst is de diepste kracht achter ons levenslange streven naar liefde en erkenning van anderen. Is het je duidelijk dat ons negatieve geloof, ons diepste gevoel van niet goed genoeg zijn, de basis is van ons zelfbeeld en dus ook van alle liefdesrelaties?
3. De tweede laag van onze identiteit: de basisregels
De kern van onze identiteit is dus het negatieve geloof, onze zelfafwijzing. Het is door deze zelfafwijzing dat onze ware natuur, die volmaakt is in zichzelf, voor ons onzichtbaar blijft en we verstrikt raken in negatieve aannames over onszelf. Dit is de eerste laag van versluiering van onze natuurlijke staat van zijn. Maar het is een pijnlijke en angstige versluiering, waar we een sterke aversie tegen hebben. Uit deze aversie vloeit de rest van onze identiteit voort, die weer moet dienen als bedekking van deze pijnlijke zelfafwijzing, als middel om die niet te voelen. Hier ontstaat de ontkenning van de ontkenning: we weten niet eens meer dat er een natuurlijke staat is waar we van vervreemd zijn, we willen alleen af van dat ppijnlijke gevoel van ontoereikendheid en waardeloosheid.
Het meest fundamentele probleem is ons geloof in de eigen onvolkomenheid en waardeloosheid. De 'oplossing' is een geconstrueerd positief zelfbeeld op basis van liefde en erkenning van anderen. Dit geconstrueerde zelfbeeld, ookwel 'ego' genoemd, is onze meest fundamentele verslaving. Kunstmatige eigenwaarde is de roes die we najagen. Liefde en erkenning van anderen zijn de drugs die we niet kunnen missen en waar we alles voor overhebben.
Zolang we liefde en erkenning van anderen blijven zoeken, houden we de illusie in stand dat we zonder die liefde niet waardevol zijn, niet goed genoeg, waardoor we weer de drang versterken om die erkenning buiten onszelf te zoeken. Het is een vicieuze cirkel en de hoofdoorzaak van alle contraproductieve reflexen in ons leven.
Onze werkelijke of natuurlijke staat is volmaakt in zichzelf, overlopend van liefde en goedheid. Er vloeien eigenschappen uit voort als eerlijkheid, kracht, spontaniteit, creativiteit, compassie en nog veel meer.
Geloven dat je in wezen goed bent, helpt je misschien soms wel om je beter te voelen over jezelf. Maar telkens als je je dan toch weer waardeloos voelt, keert dit positieve geloof zich heel erg tegen je en verstrekt het je zelfafwijzing. Pas als je je volmaakte natuurlijke staat realiseert, je werkelijke staat van zijn voorbij je zelfafwijzing, pas dan is het bestand tegen negatieve gevoelens. Maar tot die tijd herkent je geest zijn eigen natuur niet., meent in plaats daarvan een onvolmaakte natuur te zien, een tekortschietende, minderwaardige essentie, en keert zich af van zichzelf om dat pijnlijke besef te ontvluchten en bij anderen die liefde en veiligheid te zoeken die het zelf meent te ontberen. waardoor het geloof in de eigen negatieve natuur dus weer in stand gehouden wordt. Zie je zowel de tragische als de humoristische kant hiervan. Tragisch is het zolang we volledig verstrikt zitten in deze zelfgeschapen beknelling. Maar het wordt leuk als we de misvatting beginnen door te krijgen.
4. De derde laag van onze identiteit: patronen in denken, voelen en gedrag
De in het vorige hoofdstuk beschreven tweede laag van onze identiteit, de basisregels en condities, wordt gekenmerkt door het zich afwenden van de geest van zijn eigen vermeende tekortschietende natuur en het zoeken van zijn geluk en veiligheid buiten zichzelf. Het gevolg van die omkering manifesteert zich in de derde laag van onze identiteit: hier heeft de geest het contact met zichzelf helemaal verloren en leeft in een schijnwereld van automatismen en projecties.
5. De vierde en buitenste laag van onze identiteit: het imago
Samenvatting eerste drie lagen: De eerste misvatting van onze geest is het niet herkennen van zijn eigen zuivere, volmaakte natuur. In plaats daarvan menen we dat onze natuur onvolmaakt is: afhankelijk, zwak, stom, slap of slecht. Kortom; we ontwikkelen een bijzonder pijnlijk negatief zelfbewustzijn (eerste laag van onze identiteit). Onze reactie daarop - aversie tegen dit negatieve zelfbeeld - brengt ons nog verder van huis: we proberen via liefde en erkenning van anderen het gevoel van waardeloosheid kwijt te raken. Dat lukt telkens hoogstend maar eventjes, waarna het negatieve geloof en de aversie ertegen alleen maar toegneomen zijn. We leren een heleboel regels die ons de weg wijzen naar liefde en erkenning van anderen (tweede laag van de identiteit), en ontwikkelen een scala aan automatismen en patronen, kortweg trucjes, om die liefde en erkenning in de wacht te slepen (derde laag).
We hebben eenmaal een negatief zelfbewustzijn ontwikkeld en ons geluk afhankelijk gemaakt van de erkenning van anderen, dan moeten we voortdurend energie blijven steken in het in stand houden van deze aan anderen ontleende eigenwaarde. Dit is de reden dat ons 'zelfgevoel' geen permanente zekerheid geeft, maar juist een fundamenteel gevoel van onzekerheid. Om die onzekerheid te ontkennen en aan de instabiele zelfconstructie toch nog een schijn van stabiliteit te geven, zit er nog een vierde laag omheen: het imago.
Bestrijd je eigen imago niet, want dan creeër je alleen maar een nieuwe. Je hoeft jezelf niet te veranderen. Kijk gewoon met humor en zonder oordeel naar jezelf. Onze identiteit of ego is geen enkelvoudig ding, maar is samengesteld uit verschillende lagen die onderling van elkaar afhankelijk zijn en elkaar versterken. Er is geen wetmatigheid die bepaalt welk negatief geloof leidt tot welke basisregels en hoe die weer leiden tot een bepaald patroon en imago.
Er zijn enorm veel factoren van invloed op de ontwikkeling van de verschillende lagen van onze identiteit. De belangrijkste zijn natuurlijk de identiteit van onze ouders en andere opvoeders. Andere belangrijke invloeden zijn het sociale milieu, de samenstelling van het gezin en de rest van de familie, bepaalde traumatische ervaringen tijdens de jeugd, de aard van de realtie tussen beide ouders, de sfeer op school, enz. Al die verschillende invloeden volgen wel hetzelfde basispatroon:
- Door afwijzing van onze natuurlijk volmaakte eigenschappen ontstaat de illusie van tekortschieten, een pijnlijke negatief zelfbewustzijn.
- Hiervan vluchten we weg door aan regels te voldoen die erkenning geven van anderen of ten minste afwijzing door anderen dienen te voorkomen.
- Daaruit vloeien de talloze denk-, voel- en gedragspatronen voort die we, soms bewust maar meestal onbewust, toepassen om erkenning en liefde te veroveren en afwijzing te voorkomen.
- Het imago is eigenlijk één van die vele gedragspatronen, maar dient tevens om het bestaan van al die andere patronen en automatismen, en de onzekerheid over hun functioneren, aan het oog van anderen en jezelf te onttrekken.
In afbeelding 2 (hierboven) vind je een schematische weergave van de manier waarop (zelf)afwijzing onze natuurlijke eigenschappen verandert in egopatronen. De kern van de afbeelding is de natuurlijke staat van zijn, waaruit spontaan uitingen voortvloeien van eerlijkheid, zachtheid, etc. De vette strepen die dit gebied omsluiten symboliseren de afwijzing of beknelling van deze spontane uitingen. In de zone daarbuiten staat tot welk negatief geloof deze afwijzing zou kunnen leiden. Dit is de zone van de zelfafwijzing. Daaromheen bevindt zich het zelfbeeld dat dient om het negatieve geloof te vergergen. In witte letters staan daarin enkele mogelijke invullingen van het imago. Deze afbeelding pretendeert geen volledigheid. Het zijn eigenlijk schoolvoorbeelden die soms ook in de praktijk voorkomen.
6. Storingen in de ontwikkeling van de identiteit