Verslaafd aan liefde - Jan Geurtz


Een stuk uit het boek 'verslaafd aan liefde' van Jan Geurtz. Een uitgebreide boeksamenvatting vind je op deze website HIER.

10. De liefdesrelatie

Twee soorten liefdesrelaties:

  1. Je kent elkaar een (hele)tijd en wordt verliefd en krijgt een relatie. De verliefdheid heeft niet de diepste basis.
  2. Je wordt (plotsklaps) verliefd en er ontstaat een relatie. De verliefdheid heeft wel de diepste basis, maar deze gevoelens kunnen na verloop van tijd grotendeels of helemaal verdwijnen, of heel af en toe als romantische stemming de kop opsteken.

Dit boek gaat over type 2: de vanuit verliefdheid ontstane relatie. Kenmerken: geen ruimte voor objectieve afweging, alles wordt naar de verliefdheid toe geïnterpreteerd, bepaalde nadelen van die persoon worden genegeerd, geliefde is bijna permanent in je gedachten, gebrek aan relativiering.

//

Naast de gebruikelijke mechanismen waarmee we een positief zelfbeeld in stand proberen te houden, gebeurt er bij verliefdheid nog iets extra's, iets unieks. Hier is het namelijk de diepste basis zelf van al die bedekkende mechanismen, onze diepste zelfafwijzing, die op de markt van liefde en erkenning terechtkomt. Bij verliefdheid ontstaat namelijk de indruk dat deze diepste zelfafwijzing door de ander ongedaan kan worden gemaakt. Die zelfafwijzing is immers tijdens je jeugd ontstaan onder invloed van de afwijzing door je ouders. Om die reden word je altijd verliefd op iemand die dezelfde afwijzende eigenschappen heeft als (een van) je ouders, maar die tevens de stellige indruk wekt jou niet te zullen afwijzen, maar integendeel onvoorwaardelijk van je te zullen houden. Het is die combinatie van oude afwijzing en nieuwe, schijnbaar onvoorwaardelijke liefde die iemand onweerstaanbaar aantrekkelijk maakt. Alles wat in het verleden is misgegaan, wordt nu goedgemaakt; alles wat afgewezen werd, zal nu erkend en omhelsd worden. Het is daardoor dat tijdens wederzijdse verliefdheid die indruk ontstaat dat al je problemen opgelost zijn, dat al je oude beknellingen en negatieve gevoelens in één klap verdwenen zijn, en dat je volkomen vrij bent van je negatieve geloof, vrij van zelfafwijzing. Daarmee ben je in feite ook eventjes vrij van de hele egoconstructie die verantwoordelijk was voor al die beknelling en zelfafwijzing. Door dit tijdelijk wegvallen van onze egoconstructie tijdens de gelukkigste verliefde momenten komen we daadwerkelijk heel even in aanraking met onze natuurlijke staat, die zuiver is, helder en vol onvoorwaardelijke liefde, verbondenheid en altruïsme.

Helaas hebben de meeste mensen helemaal niet dóór wat de werkelijke oorsprong is van die pure liefdesgevoelens. Het projectiemechanisme gaat immers gewoon door, dus je herkent de ander niet als slechts de trigger van die ervaring, maar je projecteert de hele ervaring op de ander. Daardoor lijkt het alsof het de geliefde is die zo zuiver en helder en vol onvoorwaardelijke liefde is. Hier ligt de bron van alle ellende die in latere stadia uit verliefdheid voortvloeit. Omdat je meent dat het de ander is die jou bevrijdt van je beknelling en zelfafwijzing, word je volledig afhankelijk van die ander voor het in stand houden of herhalen van deze kortstondige ervaringen van zuiver geluk. Die ervaring van onvoorwaardelijke liefde, inherent aan jouw eigen natuur, wordt meteen voorwaardelijk gemaakt door onwetendheid van je natuurlijke staat en door de projectie van die ervaring op de aanleiding ervan: de geliefde. Daardoor wordt de ander niet alleen de ogenschijnlijke leverancier van dit diepste geluk, maar ook degene van wie je ten diepste afhankelijk wordt, en waardoor je je dus ook ten diepste afgewezen kunt voelen. En die afwijzing zal na verloop van tijd onherroepelijk gaan plaatsvinden, immers, juist die latent aanwezige afwijzende eigenschap maakte de geliefde aanvankelijk zo aantrekkelijk voor je. En dit alles is wederzijds, de ander is ook op jouw afwijzende eigenschappen gevallen, toen het erop leek dat jij hem nooit zou afwijzen.

//Samenvatting van het bovenstaande stuk//

Verliefdheid is meer dan een positief gevoel: het raakt onze diepste zelfafwijzing, die vaak in de jeugd is ontstaan door ervaren afwijzing van ouders. We worden verliefd op iemand die eigenschappen heeft die aan die ouderlijke afwijzing doen denken, maar tegelijkertijd de indruk wekt ons juist wél onvoorwaardelijk te accepteren. Daardoor ontstaat het gevoel dat oude pijn eindelijk wordt geheeld en dat we tijdelijk bevrijd zijn van zelfafwijzing en de beperkingen van ons ego. In die momenten ervaren we een natuurlijke staat van liefde, verbondenheid en innerlijke rust.

Vervolgens schrijven we deze ervaring ten onrechte aan de geliefde toe, terwijl die persoon slechts de aanleiding is. Door deze projectie worden we afhankelijk van de ander om dat geluksgevoel vast te houden. Omdat de geliefde ook de afwijzende eigenschappen bezit die de aantrekkingskracht oorspronkelijk veroorzaakten, ontstaat uiteindelijk onvermijdelijk opnieuw het gevoel van afwijzing. Dit proces is wederzijds: beide partners projecteren hun verlangen naar heling op elkaar, waardoor verliefdheid vaak omslaat in teleurstelling en afhankelijkheid.

//

Maar kijk eerst eens naar je eigen ervaringen met relaties, in het heden of in het verleden. Kijk naar de eigenschappen van je partner die voor jou het meest aantrekkelijk waren toen de relatie begon. Dat zijn eigenschappen die je zelf in meer of minder mate mist, omdat ze nooit ontwikkeld zijn, of omdat je ze onderdrukt hebt. Kijk ook naar situaties waarin je je door je partner afgwezen voelt, of bang bent dat dit zou gebeuren. En zie dan dat er een verband bestaat tussen wat je in de ander waardeert, en dat waardoor je je afgewezen voelt.

Probeer eens of je kunt zien welke afwijzende eigenschap in je partner ook voorkwam in je ouders, en hoe die eigenschap tijdens het verloop van de relatie steeds duidelijker en storender werd. En ten slotte het moeilijkste onderzoek: kijk eens of je kunt zien dat wat je het meeste irriteert in je partner, een eigenschap is die je zelf onbewust ook hebt, of bewust probeert te elimineren.