Jan Geurtz - Boek: verslaafd aan liefde
Hoofdstuk 22 - In het belang van de kinderen
Dit hele boek gaat over relaties tussen mensen in het algemeen en liefdesrelaties in het bijzonder. Liefdesrelaties kunnen zowel een groot obstakel als een heel krachtig hulpmiddel op het spirituele pad zijn. Datzelfde geldt voor het hebben van kinderen. Het feit dat ze heel veel tijd kosten, is op zichzelf al een behoorlijke belemmering voor spirituele ontplooiing. Dat ze bovendien ongelooflijk lief en vertederend zijn en tegelijkertijd soms bijzonder irritant, egocentrisch, dom, vervelend, afhankelijk en dwingend, maakt ze tot de meest bekwame aandachttrekkers die er bestaan. Maar omdat je van ze houdt, kunnen ze je ook helpen om je eigen, negatieve emoties te leren omhelzen en te transformeren tot spirituele ontplooiing. In dat opzicht lijken kinderen een beetje op een spirituele leraar. De functie van de leraar is tweeledig, namelijk inspireren en irriteren. Vooral die tweede functie kan buitengewoon bekwaam vervuld worden door je kinderen, want het zijn de meest geraffineerde knoppendrukkers die je ooit in je nabijheid zult hebben.
Waarom kunnen zowel de spirituele leraar als jonge kinderen op zo'n speciale, irritante manier op je knoppen drukken? Dat komt omdat ze net gehecht zijn aan hun ego: in het geval van de leraar vanwege het overstijgen ervan en bij jonge kinderen, omdat hun ego nog niet volledig ontwikkeld is. Zowel de leraar als jonge kinderen trekken zich daarom niet veel aan van de gebruikelijke zelfbeschermingsconventies. Dat maakt dat je door hen soms zo pijnlijk geconfronteerd kunt worden met je zelfbescherming: jouw maniertjes om je te beschermen tegen afwijzing en zelfafwijzing. Ook als deze confrontatie niet van een leraar maar van je eigen kinderen afkomstig is, zou je die dus heel goed kunnen benutten als hulpmiddel bij je spirituele training.
Zou, want meestal vallen ouders in de projectievalkuil en stellen ze het kind verantwoordelijk voor hun eigen zelfafwijkende gevoelens. Ouders worden daarin heel erg gesteund door het heersende opvoedingsparadigma dat hen verantwoordelijk stelt voor het huidige en toekomstige levensgeluk van hun kinderen. Deze opvoedingsvergissing veroorzaakt onvoorstelbaar veel ellende in het (latere) leven van kinderen en trouwens ook in dat van de ouders zelf. We zagen al dat zelfafwijzing de diepste oorzaak is van al ons emotionele lijden. Welnu, opvoeding is de manier waarop we onze zelfafwijzing overdragen op onze kinderen. Het hele opvoedingsparadigma doet ons geloven dat kinderen onvolmaakt ter wereld komen en door ons opgevoed, gevormd moeten worden tot goede en gelukkige mensen. Waarschijnlijk heb je bij het lezen van de voorgaande zin zelf ook een beetje het gevoel van 'dat is toch ook zo: ze zijn toch niet alleen maar lief en schattig en mooi, maar beslist ook vreselijk afhankelijk, ergerlijk egocentrisch, stuitend manipulatief en onbeschaamd hebzuchtig?'. Maar nee, dit is dus die opvoedingsbril waardoor we naar kinderen kijken. Want zo zijn ze helemaal niet; zo gedragen ze zich alleen maar, af en toe, tijdelijk, als een manier om zichzelf te ontwikkelen. Maar omdat we dit afhankelijke, egocentrische en manipulatieve gedrag in onszelf veroordelen, en ons ervan gedissocieerd hebben voor zover we er niet mee versmolten zijn, projecteren we onze zelfafwijzing op het kind dat dit gedrag nog ongeremd vertoont. En het is door die afwijzing dat het kind een geloof ontwikkelt dat het niet goed genoeg is, zwak, afhankelijk en egocentrisch, en tevens dat geloof leert bedekken met sociaal en moreel wenselijk gedrag.
Het idee dat we onze kinderen geluk en beschaving moeten bijbrengen is net zo hardnekkig als het idee dat we onszelf onder controle moeten houden om niet tot verwerpelijk gedrag te vervallen. Beide vloeien rechtstreeks voort uit een negatief geloof over onze natuur. Hoe meer ouders vastzitten in die illusoire noodzaak tot zelfcontrole, hoe meer ze ook hun kinderen proberen te controleren en te manipuleren in de richting van gelukkig en sociaal wenselijk gedrag. En dat creëert in het kind nu juist het stellige geloof dat het van nature dus kennelijk niet goed genoeg is en eerst moet leren voldoen aan voorwaarden om zich waardevol te mogen voelen.
Ja maar, denk je misschien, je kunt die schatjes toch niet aan hun lot overlaten? Inderdaad, dat is niet de bedoeling. Er is echter een middenweg tussen manipuleren en verwaarlozen, tussen hun jouw wil opleggen en hen aan hun lot overlaten, namelijk onvoorwaardelijke liefde vanuit je natuurlijke staat van zijn. Net zoals de zon licht en warmte geeft, zo bestaat onvoorwaardelijke liefde uit helderheid en warmte. De helderheid manifesteert zich als duidelijkheid in het aangeven van grenzen en het bieden van regelmaat. De warmte is eigenlijke liefdevolle omhelzing, oordeelvrij en onvoorwaardelijk. Het mooie is: je kunt je kinderen deze helderheid en warmte alleen geven voor zover je die ook aan jezelf geeft. Of anders gezegd: als je ten opzichte van jezelf heen en weer blijft zwalken tussen zelfcontrole en zelfverwaarlozing, heb je je kinderen niets beters te bieden. Maar als je zelf al aan het oefenen bent in het loslaten van zelfafwijzing en je geest al enigszins bekend is met zijn eigen volmaakte natuurlijke staat, dan wordt het hebben van kinderen ineens iets heel anders dan een spiritueel obstakel, een heilige plicht, een levenslange zorg en een volledig verlies van je vrijheid. Dan wordt de relatie met je kinderen een spirituele relatie, een relatie waarin je de autonomie en inherente waardevolheid van de ander respecteert als die van jezelf, een relatie waarin je geen enkele claim legt op de ander, noch je laat claimen uit angst voor afwijzing. Alle beknellingen en angsten die het ouderschap doorgaans zo zwaar belasten, veranderen dan in vreugde en inspiratie tot verdere spirituele ontplooiing.
Toevoeging: Meer info in Jan zijn boek 'het einde van de opvoeding'.