Verslaafd aan liefde - Jan Geurtz

Gepubliceerd op 12 september 2026 om 21:46
Verslaafd aan liefde

Dit hele boek gaat over relaties tussen mensen in het algemeen en liefdesrelaties in het bijzonder. Of zoals Jan het noemt, type 2: de vanuit verliefdheid ontstane relatie. Je wordt (plotsklaps) verliefd en er ontstaat een relatie. Deze verliefdheid heeft wel de diepste basis. Jan haalt veel inspiratie uit het Tibetaans boeddhisme.

Deel 1 - Niets is zoals het lijkt

1. Inleiding: de moeder van alle misvattingen

Er is iets vreemds aan de hand met het verschijnsel liefde: het kan aanleiding zijn tot zowel het hoogste geluk dat we ooit ervaren, als tot de diepste ellende en pijn. Dit boek gaat over liefde en lijden, maar veel meer nog over datgene in ons wat liefheeft en pijn lijdt, namelijk onze geest. Doordat we de ware aard van onze geest niet herkennen, hebben we ook een fundamenteel onjuiste kijk op het verschijnsel liefde en op de liefdesrelaties die eruit voortvloeien. En dat maakt dat we in onze relaties eigenlijk zélf degene zijn die al die pijnlijke ellende creëert waar de liefde juist een eind aan zou moeten maken.

Dit boek gaat over die diepere laag van onze geest waarin de oorzaak ligt van heel veel lijden, zowel in relaties als daarbuiten. Het leren begrijpen van deze oorzaak is niet zo eenvoudig: het vereist een open geest die eerst onderzoekt alvorens te oordelen.

We verkorten of verknallen ons geluk door de manier waarop we ons eraan vastklampen. We vergroten of verlengen onze ellende door de manier waarop we ervan af proberen te komen. 

Je zult patronen leren herkennen waarmee je je negatieve gevoelens probeert kwijt te raken en daardoor juist telkens weer opnieuw oproept. Je zult zien dat het geluk veel dichterbij is dan je altijd hebt gedacht. Het zit in de oplossing van de fundamentele misvatting en de herkenning van de essentie van je eigen geest. Dat brengt je vanzelf tot het loslaten van de oorzaken van het lijden en het ontwikkelen van de hulpmiddelen die je bij onvoorwaardelijk geluk brengen. Dan kun je pas echt liefdevolle relaties aangaan, en die fantastische baan en dat nieuwe huis mogen ook best, maar je geluk hangt er dan niet meer van af.

Het is mogelijk en haalbaar om jezelf te bevrijden van het streven naar liefde, door je te realiseren dat die liefde altijd al bij je was. In die staat is er geen gemis aan liefde meer, nodig hebben van liefde is er onbekend. Het is een moeiteloze staat van onvoorwaardelijke liefde geven en ontvangen. 

2. De eerste laag van onze identiteit: het negatieve geloof

Zo zitten we gevangen in een dilemma van hoop op erkenning en angst voor afwijzing enerzijds en zelfafwijzing anderzijds. De oorzaak van deze fundamentele hoop en vrees is gelegen in de aard van de relatie die we met onszelf hebben, of anders gezegd, in ons zelfbeeld, onze identiteit. Die heeft namelijk een structuur die geheel bepaald wordt door zelfafwijzing.

Angst is de diepste kracht achter ons levenslange streven naar liefde en erkenning van anderen. Is het je duidelijk dat ons negatieve geloof, ons diepste gevoel van niet goed genoeg zijn, de basis is van ons zelfbeeld en dus ook van alle liefdesrelaties? 

3. De tweede laag van onze identiteit: de basisregels

De kern van onze identiteit is dus het negatieve geloof, onze zelfafwijzing. Het is door deze zelfafwijzing dat onze ware natuur, die volmaakt is in zichzelf, voor ons onzichtbaar blijft en we verstrikt raken in negatieve aannames over onszelf. Dit is de eerste laag van versluiering van onze natuurlijke staat van zijn. Maar het is een pijnlijke en angstige versluiering, waar we een sterke aversie tegen hebben. Uit deze aversie vloeit de rest van onze identiteit voort, die weer moet dienen als bedekking van deze pijnlijke zelfafwijzing, als middel om die niet te voelen. Hier ontstaat de ontkenning van de ontkenning: we weten niet eens meer dat er een natuurlijke staat is waar we van vervreemd zijn, we willen alleen af van dat pijnlijke gevoel van ontoereikendheid en waardeloosheid.

Het meest fundamentele probleem is ons geloof in de eigen onvolkomenheid en waardeloosheid. De 'oplossing' is een geconstrueerd positief zelfbeeld op basis van liefde en erkenning van anderen. Dit geconstrueerde zelfbeeld, ook wel 'ego' genoemd, is onze meest fundamentele verslaving. Kunstmatige eigenwaarde is de roes die we najagen. Liefde en erkenning van anderen zijn de drugs die we niet kunnen missen en waar we alles voor overhebben.

Zolang we liefde en erkenning van anderen blijven zoeken houden we de illusie in stand dat we zonder die liefde niet waardevol zijn, niet goed genoeg, waardoor we weer de drang versterken om die erkenning buiten onszelf te zoeken. Het is een vicieuze cirkel en de hoofdoorzaak van alle contraproductieve reflexen in ons leven.

Onze werkelijke of natuurlijke staat is volmaakt in zichzelf overlopend van liefde en goedheid. Er vloeien eigenschappen uit voort als eerlijkheid, kracht, spontaniteit, creativiteit, compassie en nog veel meer. 

Geloven dat je in wezen goed bent, helpt je misschien soms wel om je beter te voelen over jezelf. Maar telkens als je je dan toch weer waardeloos voelt, keert dit positieve geloof zich heel erg tegen je en versterkt het je zelfafwijzing. Pas als je je volmaakte natuurlijke staat realiseert, je werkelijke staat van zijn voorbij je zelfafwijzing, pas dan is het bestand tegen negatieve gevoelens. Maar tot die tijd herkent je geest zijn eigen natuur niet. Het meent in plaats daarvan een onvolmaakte natuur te zien, een tekortschietende, minderwaardige essentie, en keert zich af van zichzelf om dat pijnlijke besef te ontvluchten en bij anderen die liefde en veiligheid te zoeken die het zelf meent te ontberen. Waardoor het geloof in de eigen negatieve natuur dus weer in stand gehouden wordt. Zie je zowel de tragische als de humoristische kant hiervan? Tragisch is het zolang we volledig verstrikt zitten in deze zelfgeschapen beknelling. Maar het wordt leuk als we de misvatting beginnen door te krijgen.

4. De derde laag van onze identiteit: patronen in denken, voelen en gedrag

De in het vorige hoofdstuk beschreven tweede laag van onze identiteit, de basisregels en condities, wordt gekenmerkt door het zich afwenden van de geest van zijn eigen vermeende tekortschietende natuur en het zoeken van zijn geluk en veiligheid buiten zichzelf. Het gevolg van die omkering manifesteert zich in de derde laag van onze identiteit: hier heeft de geest het contact met zichzelf helemaal verloren en leeft in een schijnwereld van automatismen en projecties.

5. De vierde en buitenste laag van onze identiteit: het imago

Samenvatting eerste drie lagen: De eerste misvatting van onze geest is het niet herkennen van zijn eigen zuivere, volmaakte natuur. In plaats daarvan menen we dat onze natuur onvolmaakt is: afhankelijk, zwak, stom, slap of slecht. Kortom; we ontwikkelen een bijzonder pijnlijk negatief zelfbewustzijn (eerste laag van onze identiteit). Onze reactie daarop (aversie tegen dit negatieve zelfbeeld) brengt ons nog verder van huis: we proberen via liefde en erkenning van anderen het gevoel van waardeloosheid kwijt te raken. Dat lukt telkens hoogstens maar eventjes, waarna het negatieve geloof en de aversie ertegen alleen maar toegenomen zijn. We leren een heleboel regels die ons de weg wijzen naar liefde en erkenning van anderen (tweede laag van de identiteit), en ontwikkelen een scala aan automatismen en patronen, kortweg trucjes, om die liefde en erkenning in de wacht te slepen (derde laag).

We hebben eenmaal een negatief zelfbewustzijn ontwikkeld en ons geluk afhankelijk gemaakt van de erkenning van anderen. Dan moeten we voortdurend energie blijven steken in het in stand houden van deze aan anderen ontleende eigenwaarde. Dit is de reden dat ons 'zelfgevoel' geen permanente zekerheid geeft, maar juist een fundamenteel gevoel van onzekerheid. Om die onzekerheid te ontkennen en aan de instabiele zelfconstructie toch nog een schijn van stabiliteit te geven, zit er nog een vierde laag omheen: het imago.

Bestrijd je eigen imago niet, want dan creëer je alleen maar een nieuwe. Je hoeft jezelf niet te veranderen. Kijk gewoon met humor en zonder oordeel naar jezelf. Onze identiteit of ego is geen enkelvoudig ding, maar is samengesteld uit verschillende lagen die onderling van elkaar afhankelijk zijn en elkaar versterken. Er is geen wetmatigheid die bepaalt welk negatief geloof leidt tot welke basisregels en hoe die weer leiden tot een bepaald patroon en imago.

Er zijn enorm veel factoren van invloed op de ontwikkeling van de verschillende lagen van onze identiteit. De belangrijkste zijn natuurlijk de identiteit van onze ouders en andere opvoeders. Andere belangrijke invloeden zijn het sociale milieu, de samenstelling van het gezin en de rest van de familie, bepaalde traumatische ervaringen tijdens de jeugd, de aard van de relatie tussen beide ouders, de sfeer op school, enz. Al die verschillende invloeden volgen wel hetzelfde basispatroon:

  1. Door afwijzing van onze natuurlijk volmaakte eigenschappen ontstaat de illusie van tekortschieten, een pijnlijke negatief zelfbewustzijn.
  2. Hiervan vluchten we weg door aan regels te voldoen die erkenning geven van anderen of ten minste afwijzing door anderen dienen te voorkomen.
  3. Daaruit vloeien de talloze denk-, voel- en gedragspatronen voort die we, soms bewust maar meestal onbewust, toepassen om erkenning en liefde te veroveren en afwijzing te voorkomen.
  4. Het imago is eigenlijk één van die vele gedragspatronen, maar dient tevens om het bestaan van al die andere patronen en automatismen, en de onzekerheid over hun functioneren, aan het oog van anderen en jezelf te onttrekken.

In afbeelding 2 (hierboven) vind je een schematische weergave van de manier waarop (zelf)afwijzing onze natuurlijke eigenschappen verandert in egopatronen. De kern van de afbeelding is de natuurlijke staat van zijn, waaruit spontaan uitingen voortvloeien van eerlijkheid, zachtheid, etc. De vette strepen die dit gebied omsluiten, symboliseren de afwijzing of beknelling van deze spontane uitingen. In de zone daarbuiten staat tot welk negatief geloof deze afwijzing zou kunnen leiden. Dit is de zone van de zelfafwijzing. Daaromheen bevindt zich het zelfbeeld dat dient om het negatieve geloof te verbergen. In witte letters staan daarin enkele mogelijke invullingen van het imago. Deze afbeelding pretendeert geen volledigheid. Het zijn eigenlijk schoolvoorbeelden die soms ook in de praktijk voorkomen.

6. Storingen in de ontwikkeling van de identiteit

Hoewel ons ego een ontstaansgeschiedenis heeft, vindt de mentale constructie ervan elk moment opnieuw plaats. Ego is een reactie, een reflex tot zelfbescherming. Telkens als er zich een situatie aankondigt waarin - hoe vaag ook - onze fundamentele angst of onzekerheid opgewekt zou kunnen worden, gaat het mechanisme werken. De omstandigheden van dat moment werken samen met het momentum van je reacties in vergelijkbare situaties in het verleden. Razendsnel richt je geest zich op de ander en verricht je de veiligheidshandelingen.

De hele mentale constructie van ons zelfbeeld is dus van nature instabiel en vergt voortdurend energie om zichzelf in stand te houden.

Het vermijden van zelfafwijzing levert dan zoveel stress en afwijzing van anderen op dat het resultaat per saldo negatief is: hoe harder je werkt om perfect te zijn, hoe dieper je in de put van negatieve gevoelens zakt. Dit leidt vaak tot wat we tegenwoordig burn-out noemen: je brandt volledig af in het vuur van de strijd tegen je angst voor tekortschieten.

In al deze ontsporende mechanismen zien we een overkoepelend of 'metapatroon', namelijk de drang tot zelfcontrole. 

Samenvattend ontstaat een falend ego dus door onhaalbare of tegenstrijdige regels in de tweede laag van de identiteit, en doordat te weinig zelfvertrouwen en veiligheidsgevoelens zijn aangeleerd om aan die regels te kunnen voldoen. In feite falen de bedekkingslagen van het negatieve geloof; er vallen geregeld 'gaten' in, waardoor de zelfafwijzing er telkens weer doorheen schijnt. 

7. Stagnaties in de groei van het bewustzijn

Tot nu toe hebben we gekeken naar het ontstaan en de gelaagdheid van onze identiteit, en gezien hoe die identiteit volledig gericht is op het verkrijgen van liefde en erkenning van anderen, als afdekking van ons negatieve geloof over onszelf. Onze identiteit is niet statisch.

Essentie: telkens als de geest zich opent voor een hogere vorm van bewustzijn, zal hij zich daarmee volledig identificeren en kan hij van daaruit de lagere bewustzijnsstaat overstijgen en omvatten. Kán, want meestal gaat het hier geheel of gedeeltelijk mis: de groei van het bewustzijn stagneert, en wel op twee mogelijke manieren:

  1. De eerste vorm van stagnatie vindt plaats als de geest er onvoldoende in slaagt om zich te openen voor een hoger stadium van groei.
  2. De tweede vorm van stagnatie ontstaat als de geest wél openstaat voor een hogere fase in de groei, maar vervolgens de zojuist overstegen fase niet integreert in zijn bewustzijn, maar afstoot.

In het algemeen geldt: als je je ergert aan iemands gedrag, is dat óf omdat je zelf onbewust ook zo bent (versmelting), óf omdat je zelf heel bewust niet zo wilt zijn (dissociatie).

Mocht zelfonderzoek je duidelijk hebben gemaakt dat je inderdaad versmolten bent met bepaalde patronen en/of gedissocieerd van andere patronen, wees dan niet teleurgesteld in jezelf of boos, maar feliciteer jezelf! Het erkennen van je stagnaties is de eerste en belangrijkste stap om ze te leren integreren.

8. De creatie van het lijden

Zelfafwijzing is in wezen de oorzaak van alle vormen van mentaal en emotioneel lijden. Werking van negatieve emoties: 

  1. Trigger. Bewuste pijnlijke ervaring of onbewuste beknellende herinnering.
  2. Identificatie. Je 'ik' wijst zichzelf af. Ik ben ... niet goed genoeg/stom/slap/etc.
  3. Reactie. Je ervaart pijn en probeert deze te vermijden en/of op te lossen.
  4. Reflectie en dissociatie. Je merkt het op en het gevoel wordt erger.

Wat eenmaal bewust geworden is, kan niet meer terug onbewust gemaakt worden. Zodra je je bewust geworden bent van een zelfafwijzende emotie, is de versmeltingsfase voorbij en daar kun je niet naar terug. Groei van bewustzijn is een eenrichtingsweg, en het is prachtig dat dat zo is! Het enige dat we daarna nog moeten leren, is niet in de valkuil van de dissociatie te vallen, en in plaats daarvan de weg van de integratie te volgen.

Maar eerst moet je het hele complexe patroon waarmee we ons eigen lijden creëren, in alle volledigheid zien te begrijpen. Want er is nog een complicerende factor, nog een vergissing boven op alle vorige:

  1. na de eerste vergissing, de zelfafwijzing,
  2. en daarna de tweede vergissing, het bouwen van een zelfbeeld om die afwijzing te bedekken en erkenning van anderen los te peuteren,
  3. en daarna de derde vergissing: het telkens overgaan tot dissociatie na bewustwording van een patroon of negatief gevoel,
  4. volgt er nog een vierde vergissing, die alle andere aan het oog onttrekt, en dat is de projectie van onze gevoelens op anderen en op de omstandigheden.

9. De vrije markt van liefde en erkenning

Nadat we onze gevoelens hebben geprojecteerd op een ander, gaan we er ook nog een relatie mee aan! 'Dat doet de deur dicht!' Dat is de laatste en definitieve stap waarmee we de eigen verantwoordelijkheid voor ons geluk uit handen geven. Hiermee worden alle eerder mentale en emotionele vergissingen verhard tot een muurvast stelsel van afhankelijkheden.

Projectie is de eigenlijke reden dat je je stoort aan een ander! Je bent dan of zelf nog versmolten met die storende eigenschap, of je probeert er juist van te dissociëren. Je vindt iemand onaardig, omdat hij storende kenmerken tentoonspreidt die jij zelf ook hebt zonder dat je het weet (versmelting), of die jij zelf absoluut niet (meer) wilt hebben (dissociatie). En je vindt iemand aardig omdat hij prettige kenmerken heeft die je zelf ook hebt, of die je graag zou willen hebben.

Als je je sterk benadeeld voelt door een ander, onrechtvaardig beoordeeld, in de steek gelaten, misbruikt, verwaarloosd, miskend, gemanipuleerd, of gekwetst, dan kun je er donder op zeggen dat je zelfafwijzing zich met grote zelfrechtvaardiging op de ander geprojecteerd heeft. Misschien dat er soms tevens echt sprake is van manipulatie, miskenning of benadeling, dat kan. Maar zodra jij je daar het machteloze slachtoffer van voelt, is het je eigen miskenning, benadeling of zelfmanipulatie waar je onder gebukt gaat.

10. De liefdesrelatie

Twee soorten liefdesrelaties:

  1. Je kent elkaar een tijd en wordt verliefd en krijgt een relatie. De verliefdheid heeft niet de diepste basis.
  2. Je wordt (plotsklaps) verliefd en er ontstaat een relatie. De verliefdheid heeft wel de diepste basis, maar deze gevoelens kunnen na verloop van tijd grotendeels of helemaal verdwijnen, of heel af en toe als romantische stemming de kop opsteken.

Dit boek gaat over type 2: de vanuit verliefdheid ontstane relatie. Kenmerken: geen ruimte voor objectieve afweging, alles wordt naar de verliefdheid toe geïnterpreteerd, bepaalde nadelen van die persoon worden genegeerd, geliefde is bijna permanent in je gedachten, gebrek aan relativiering.

Verliefdheid is meer dan een positief gevoel: het raakt onze diepste zelfafwijzing, die vaak in de jeugd is ontstaan door ervaren afwijzing van ouders. We worden verliefd op iemand die eigenschappen heeft die aan die ouderlijke afwijzing doen denken, maar tegelijkertijd de indruk wekt ons juist wél onvoorwaardelijk te accepteren. Daardoor ontstaat het gevoel dat oude pijn eindelijk wordt geheeld en dat we tijdelijk bevrijd zijn van zelfafwijzing en de beperkingen van ons ego. In die momenten ervaren we een natuurlijke staat van liefde, verbondenheid en innerlijke rust.

Vervolgens schrijven we deze ervaring ten onrechte aan de geliefde toe, terwijl die persoon slechts de aanleiding is. Door deze projectie worden we afhankelijk van de ander om dat geluksgevoel vast te houden. Omdat de geliefde ook de afwijzende eigenschappen bezit die de aantrekkingskracht oorspronkelijk veroorzaakten, ontstaat uiteindelijk onvermijdelijk opnieuw het gevoel van afwijzing. Dit proces is wederzijds: beide partners projecteren hun verlangen naar heling op elkaar, waardoor verliefdheid vaak omslaat in teleurstelling en afhankelijkheid.

Maar kijk eerst eens naar je eigen ervaringen met relaties, in het heden of in het verleden. Kijk naar de eigenschappen van je partner die voor jou het meest aantrekkelijk waren toen de relatie begon. Dat zijn eigenschappen die je zelf in meer of mindere mate mist, omdat ze nooit ontwikkeld zijn, of omdat je ze onderdrukt hebt. Kijk ook naar situaties waarin je je door je partner afgewezen voelt, of bang bent dat dit zou gebeuren. En zie dan dat er een verband bestaat tussen wat je in de ander waardeert, en dat waardoor je je afgewezen voelt.

Probeer eens of je kunt zien welke afwijzende eigenschap in je partner ook voorkwam in je ouders, en hoe die eigenschap tijdens het verloop van de relatie steeds duidelijker en storender werd. En ten slotte het moeilijkste onderzoek: kijk eens of je kunt zien dat wat je het meeste irriteert in je partner, een eigenschap is die je zelf onbewust ook hebt, of bewust probeert te elimineren.

11. De relatiecrisis

Het gaat met veel relaties mis. In het pijnlijkste geval lopen ze uit op een scheiding. Dat is eigenlijk nog de meest gunstige uitkomst, omdat het tenminste een kans biedt op verandering en groei. Veel vaker komen ze terecht in een gezapig soort bij elkaar blijven, niet al te eenzaam, maar ook niet erg gelukkig en altijd ver verwijderd van dat grootse ideaal van onvoorwaardelijke liefde en geluk waar de relatie mee begonnen is. Waarom gaat het mis?

In feite is het natuurlijk al 'mis' voordat de verliefdheid toeslaat, omdat we nu eenmaal verstrikt zitten in een zelfbeeld dat er uitsluitend op gericht is gevrijwaard te blijven van onze diepste gevoelens van waardeloosheid.

Je voelt een sterke motivatie om altijd samen te blijven en alles wat bedreigend zou kunnen zijn voor deze relatie achterwege te laten. Omdat we het diepe geluk niet herkend hebben als onze eigen onvervreemdbare natuur, wordt het geprojecteerd op de partner en op de relatie, en die worden daardoor het hoogste goed, het meest waardevolle bezit dat nooit verloren mag gaan. Het gedrag dat uit deze houding voortvloeit, dit beschermen en afschermen van de relatie, is de oorzaak van het op den duur vastlopen ervan.

Symptomen van wederzijdse afhankelijkheid:

  • Je kunt de ander heel erg missen.
  • Je denkt niet meer zonder de ander te kunnen.
  • Je wil al jouw liefde en geluk aan de ander geven.
  • Bij elkaar blijven, omdat je niet alleen wilt zijn.
  • Bij elkaar blijven omwille van de kinderen.

Relaties zijn vaak een voortzetting van zowel de veiligheid als de afwijzing die je bij je ouders hebt ervaren, een verlenging van de ouder-kind-beknelling in je jeugd. Je durft elkaar niet als volwassenen te behandelen uit angst om elkaar als veilige ouder kwijt te raken. Maar die veilige ouder is tevens de afwijzende ouder. Zo blijf je gevangen tussen angst voor afwijzing en zelfafwijzing.

Beide partners stoten bepaalde complementaire delen van zichzelf af en gaan samen één symbiotische entiteit vormen.

In het algemeen zien we dat de mannelijke partner beter is in het dissociëren van onwelkome eigenschappen en de vrouwelijke partner beter is in het volledig versmelten met welkome eigenschappen. De 'versmolten' partner voelt zich onveilig als speelbal van haar eigen emoties en wordt daarom aangetrokken tot de 'dissociërende' partner, die zijn emoties immers onder controle schijnt te hebben. De 'dissociërende' partner voelt zich eenzaam of oppervlakkig vanwege zijn gedissocieerde emoties en wordt daarom aangetrokken door de warmte en diepgang van de 'versmolten' partner. Een 'goede' relatie is dus niets anders dan een succesvolle symbiose van twee 'halve' mensen.

12. De vicieuze cirkel van samsara

Zolang je niet in staat bent om zelf je diepste gevoelens van onvolkomenheid en behoeftigheid te integreren in je spirituele groei, zul je jezelf telkens weer afhankelijk maken van anderen om die behoeftigheid te vullen en daarmee die fundamentele misvatting van behoeftigheid in stand houden en vergroten. Zo zal de manier waarop je geluk nastreeft, steeds dat geluk belemmeren. Zo blijft de manier waarop je ellende probeert te vermijden steeds nieuwe ellende veroorzaken.

Ga maar eens na of je bewust of ongemerkt hoopt op meer geluk en minder lijden. Lijden normaal vinden is een symptoom van de fundamentele misvatting dat we altijd bezig zijn met geluk na te streven en ellende uit de weg te gaan en nooit echt 100% tevreden zijn.

Deel 2 - Alles is zoals het is

13. Het spirituele pad

De hoofdzaak van alle ellende is dat onze situatie gekenmerkt wordt door onwetendheid of vervreemding van onze volmaakte natuur. Daaruit ontstaat een kettingreactie van misvattingen.

De moeder van alle misvattingen is dat we menen dat onze natuur onvolkomen is, waardeloos of niet goed genoeg. Dit is zelfafwijzing. Meteen daarna vluchten we weg van deze pijnlijke misvatting: de geest wendt zich af van zijn vermeende waardeloosheid en probeert een gevoel van eigenwaarde te baseren op liefde en erkenning van anderen. Dit is eigenlijk een afwijzing van onze zelfafwijzing en dus wederom een vorm van zelfafwijzing. Hieruit ontstaat het hele complex van patronen en gedragingen om erkenning van anderen te krijgen en afwijzing te voorkomen. Vervolgens proberen we onze hele identiteitsconstructie weer te verbergen achter een imago van zelfverzekerheid, een-met-mij-is-alles-dik-voor-mekaar-show. Wat het imago probeert te verbergen, is een soort gêne voor onze onzekerheid en onze afhankelijkheid van anderen, en dat is dus ook een vorm van zelfafwijzing. 

In de groei van onze identiteit naar volwassenheid versmelten we met veilige patronen (angst voor afwijzing) en dissociëren we van onveilige patronen (zelfafwijzing). Ten slotte projecteren we onze gedissocieerde eigenschappen op anderen, die we vervolgens veroordelen en afwijzen, hetgeen in wezen dus ook weer een verkapte vorm van zelfafwijzing is.

Zo zie je dat de moeder van alle misvattingen, ons negatieve geloof, niet alleen de kern is van ons zelfbeeld, maar tevens de energie levert aan alle andere lagen van onze identiteit en dus de essentie is van alle andere misvattingen. Zelfafwijzing is de bril waardoor we alle andere aspecten van ons zelfbeeld bekijken en waardoor we in een permanente strijd met onszelf terecht zijn gekomen.

Het spirituele pad geeft je inzicht in deze allesdoordringende misvatting en de middelen om je ervan te bevrijden. Je hoeft daarbij dus beslist niet een strijd aan te gaan met alle ellende veroorzakende patronen; zo'n strijd zou de ellende alleen maar vergroten, omdat hij opnieuw een vorm van zelfafwijzing zou zijn. 'Ja, maar', denk je nu misschien, 'als je alles van jezelf maar oké vindt, zonder af te wijzen, dan verandert er toch ook niks?' Toch wel, want verandering is de natuur van alle verschijnselen. Alles verandert vanzelf als jij je er niet meer tegen verzet. Het is juist door ze af te wijzen dat zelfafwijzende patronen in stand worden gehouden of in telkens nieuwe vormen de kop opsteken. Als je altijd met een zelfafwijzende blik naar je zelfafwijzing kijkt, hoe zou je dan ooit je zelfafwijzing kunnen beëindigen? Pas door in plaats daarvan een open en vriendelijk gewaarzijn van jezelf te ontwikkelen, lost de verkramping op en verandert alles op natuurlijke wijze. Dat betekent dat alles verandert in overeenstemming met je natuur, die al volmaakt is. 

Maar let op: ophouden met zelfafwijzing is niet hetzelfde als berusten in je gevoelens van waardeloosheid, dat zou eerder een slachtofferrol zijn en leiden tot depressie. Het is ook niet jezelf wijsmaken dat je van nature goed bent, dat zou eerder een soort new-age-geloof zijn waarmee je je zelfafwijzing alleen maar tijdelijk toedekt. Ophouden met zelfafwijzing is die donkere bril afzetten en beginnen met kijken naar en erkennen van wie je werkelijk bent.

Zie je dat aversie of zelfafwijzing de motor is achter alle problemen? Dat is heel erg goed nieuws, want zelfafwijzing doe je zelf; daar kun je dus leren mee op te houden! Het tegendeel van zelfafwijzing en aversie is toelaten, omarmen, integreren. Hoe fijn om te merken dat dat de oplossing is, het toelaten. Alles hoeft niet eerst veranderd of verbeterd te worden. Want dan is het eind nooit in zicht. Simpelweg toelaten, verzachten, openen is de oplossing. Vriendelijkheid in plaats van aversie. Zelferkenning in plaats van zelfafwijzing.

Het beëïndigen van zelfafwijzing is dus de simpelste oplossing voor al onze problemen. En zelfafwijzing was weer het gevolg van het niet herkennen van onze volmaakte natuur. Dus ophouden met zelfafwijzing en het realiseren van onze volmaakte natuur zijn eigenlijk twee aspecten van hetzelfde spirituele proces. Want dat is uiteindelijk de essentie van ieder spiritueel pad: het ontdekken van de ware staat van zijn, de werkelijke natuur van alle verschijnselen en dus ook van één verschijnsel in het bijzonder, namelijk mijzelf en mijn geest.

Het spirituele pad kent twee benaderingen:

  1. De relatieve benadering houdt in dat je alle pijnlijke automatismen in je zelfbeeld leert doorzien, de zelfafwijzing erin beëïndigt, en in plaats daarvan positieve automatismen ontwikkelt. Deze benadering is heel concreet, vereist inspanning en doelgerichte training, en levert een langzame maar zekere vermindering van ellende en een toename van geluk op.
  2. De absolute benadering richt zich rechtstreeks op het beëindigen van de hoofdoorzaak van de hele reeks van misvattingen: onwetendheid van onze volmaakte natuur. Deze benadering is moeilijk in woorden te vatten; ze brengt je direct in aanraking met je natuurlijke staat en is alleen te leren van een spirituele vriend of leraar. Je bent misschien geneigd de laatste benadering het meest aantrekkelijk te vinden, maar toch zijn ze allebei noodzakelijk; de één kan niet zonder de ander. Je kunt via de absolute benadering weliswaar in korte tijd al glimpen opvangen van je volmaakte natuur, maar hoe inspirerend dat ook is, onder invloed van je negatieve automatismen raak je die ervaringen even snel weer kwijt. Anderzijds kun je wel proberen om al je destructieve automatismen één voor één te beëindigen en te vervangen door positieve, maar als je daarbij niet geïnspireerd wordt door de herkenning van je volmaakte natuur, wordt het wel een heel lange weg.

In de relatieve benadering van het spirituele pad zijn er globaal drie methodes te onderscheiden:

  1. Hinayana = probeer negatieve en destructieve patronen te beëindigen.
  2. Mahayana = creëer positieve, gelukbrengende patronen.
  3. Vajrayana = keer de richting van de geest om naar zijn eigen volmaakte natuur.

14. Loslaten van het 'relatiedenken'

Het loslaten van het relatiedenken houdt dus in dat je het wel of niet hebben van een relatie niet langer als levensdoel beschouwt, maar als een omstandigheid die wel of niet op je weg komt, en waarvan je kunt leren en genieten zolang het duurt. Het relatiedenken suggereert dat een 'goede relatie' definitief en permanent is, dus 'tot de dood ons scheidt'. In werkelijkheid is niets definitief en permanent, en denken dat een relatie dat wel is of zou moeten zijn, maakt dat we ons er krampachtig aan vastklampen, en heel veel pijn hebben als de relatie daardoor stukloopt.

In werkelijkheid kunnen liefde, geluk, veiligheid, eigenwaarde en zelfs goede seks ook ervaren worden zonder liefdesrelatie. Als je behoeftigheidsbewustzijn is omgevormd tot een overvloedigheidsbewustzijn, leef je permanent in liefde en geef je moeiteloos liefde aan anderen, ongeacht of je wel of geen liefdespartner hebt.

Het loslaten van je behoeftigheidsbewustzijn is alleen beangstigend zolang je het overweegt. Is die beslissing eenmaal genomen, dan is het de belangrijkste, diepzinnigste en meest vreugdevolle keuze die je ooit hebt gemaakt. Het is de keuze voor het spirituele pad naar je eigen diepste natuur, tevens de natuur van iedereen en alle verschijnselen.

15. Kijken naar je eigen geest: wie kijkt?

Hoe weet je dat het gewaarzijn vrij is van oordeel en afwijzing? Omdat die plaatsvinden in de denkende geest. Tijdens het oordelen en afwijzen kun je weten dat je aan het oordelen of afwijzen bent. Dat is het gewaarzijn van het oordelen of afwijzen, dat zelf dus vrij is van oordelen of afwijzen.

Laat de geest gewaar zijn van zichzelf. Rust in die open ruimte van de zichzelf gewaarzijnde geest. Je zult merken dat je telkens maar heel even in dat gewaarzijn kunt verblijven en dat het zichzelf telkens weer verliest in de stroom van gedachten of gebeurtenissen. Met oefening verleng je die momenten en kun je steeds vaker en langer in die gewaarzijnde staat verblijven. Die wordt daardoor steeds helderder en steeds liefdevoller. En daardoor wordt het weer gemakkelijker om er langer in te verblijven. Uiteindelijk bereik je een moeiteloze staat van permanent gewaarzijn. Dat is het definitieve einde van al je lijden.

Kalmeringsoefeningen om te leren je aandacht te richten. Met aandacht wordt bedoeld: je geest die gericht is op een object. Er zijn twee soorten aandacht: spontane (het heeft vanzelf je interesse) en gecontroleerde (je moet je ertoe zetten) aandacht. Maar je kunt het ook op een andere manier benaderen ...

Sluit vriendschap met je geest i.p.v. dat je er de baas over wilt zijn. Je traint tegelijkertijd je aandacht en je gewaarzijn. Deze methode kent 2 houdingen: fysieke en mentale. 

  1. Fysieke; ga gemakkelijk zitten, met een rechte rug, ogen open, rustig ademhalen en ondertussen kijk je naar een object.
  2. Mentale; als je merkt dat je afgeleid raakt door je gedachtenstroom, dan ga je 'zonder oordeel' weer terug naar je ademhaling.

Als hulpmiddel kun je jezelf telkens als je merkt dat je afgeleid was, feliciteren. Dat moment is namelijk de minuscule voorloper van de totale verlichting: de afgeleide geest die ineens zichzelf terugvindt. Het zijn eigenlijk telkens momentjes van vreugde en helderheid, als je goed kijkt.

Overigens zul je ook algauw een heel merkwaardig verschijnsel leren kennen: als je je oefening doet, zul je het fijn vinden, maar als je van tevoren denkt aan oefenen, zal je geest protesteren en geen zin hebben om te beginnen. De gewone dagelijkse drukke geest wil namelijk helemaal niet naar zichzelf kijken, heeft immers een hekel aan zichzelf en wil juist afgeleid worden, leuke, spannende dingen meemaken en zich richten op de liefde en erkenning van anderen. Als je dus te veel nadenkt over wel of niet gaan mediteren, zal het er nooit van komen. START NU!

16. Pijnlijke emoties: de deur naar je natuurlijke staat

Beknelling kan je afleren door de beoefening van liefdevolle vriendelijkheid. Hoe stabieler je oordeelvrije en liefdevolle waarneming wordt, hoe beter je in staat bent om je pijnlijke emoties te benutten als toegangsdeur naar je natuurlijke staat van zijn.

Meditatieoefening: bij een pijnlijke emotie. Fase 1: Je mag je klote voelen van jezelf, zonder daar zelfafwijzende conclusies aan te verbinden. Fase 2: Je brengt je aandacht heel lichtjes naar het lichamelijke aspect van de emotie, terwijl je tevens ruim en open aanwezig blijft en je geest zich bewust is van zichzelf. Hulp mantra's kunnen zijn: "Geeft niks, mag best, laat mij maar even" en "Ik mag dit voelen, ik ben mijn gevoel niet". Fase 3: Probeer de verkramping te lokaliseren en breng haar in je gewaarzijn. Doe er niks tegen. Kijk er gewoon naar zonder oordeel, terwijl je geest zich bewust is van deze oefening. Op die manier zal ook deze subtiele verkramping langzaam afnemen. Resultaat: op een dag is de pijn geen pijn meer, maar een wolkje energie (puur en zuiver). 

Verbijsterd en vol geluk zie je het gebeuren: er is geen pijn, er was nóóit pijn, het was altijd de geest die oordeelde en wegliep. Het was altijd al de geest die zich vergiste en verkrampte rondom die vergissing. Het was de geest zelf die pijn leed, omdat deze pijn meende te zien, zoals deze van jongs af aan pijn heeft leren zien waar in werkelijkheid slechts pure, zuivere, verlichte energie is. Een ongelooflijke vreugde spoelt door je heen en een diep gevoel van liefde: iedereen moet dit ontdekken! 

Note: Als je de bovenstaande ervaring hebt, betekent dat overigens niet dat je verlicht bent.

17. Integratie in plaats van dissociatie

Je innerlijke criticus is eigenlijk de geïnternaliseerde versie van de stem van je ouders toen je nog klein en machteloos was. Er zijn 3 stijlen om je criticus te kwalificeren:

  1. Zelfdestructie: Je komt tegen de criticus in opstand.
  2. Zelfrechtvaardiging: Je gaat met de criticus in discussie (onderhandelen).
  3. Zelfbeklag: Je onderwerpt je aan de criticus en er ontstaat zelfverwijt.

Alle drie hebben hetzelfde effect, namelijk je verliest je autonomie en geeft de macht aan de criticus. 

Ouders zijn het uiterlijke evenbeeld van onze innerlijke criticus en zolang we onze criticus niet uit zijn functie hebben ontheven, zijn we ook nog niet in het reine met onze ouders.

Het ontwikkelen van dat heldere, oordeelvrije gewaarzijn is de ultieme manier om je zelfafwijzing te beëindigen. 

Niet je woede is het probleem, maar de afwijzing van de woede in jezelf. Niet je begeerte (seks, drugs, eten) is het probleem, maar je afwijzing van die begeerten in jezelf (waardoor je dus gaat toegeven aan de begeerte). Niet je eenzaamheid is het probleem, maar je afwijzing ervan en van jezelf als je eenzaam bent. Eenzaamheid is in feite niks anders dan opgescheept zitten met iemand die je niet ziet zitten, namelijk jezelf. 

Elk egopatroon is in feite een automatisme dat gericht is op bescherming tegen afwijzing en verkrijging van liefde en erkenning. Telkens als je je bewust wordt van zo'n patroon is er die neiging ervan te dissociëren. Maar het is helemaal niet het egopatroon zelf dat het probleem oplevert, maar de zelfafwijzing die erin verborgen zit en die zich op het bewuste metaniveau ontpopt als een afwijzing van het hele patroon. Het is de afwijzing van de zelfafwijzing die het hele zelfafwijzende zelfbeeld in stand houdt. En dat kan je afleren!

In plaats van dissociëren kun je leren het betreffende egopatroon te integreren. Dat betekent dat je ernaar leert kijken zonder zelfafwijzing. Daardoor verdwijnt ook de zelfafwijzing die inherent was aan het egopatroon. En dat patroon zal dan geleidelijk aan veranderen in de oorspronkelijke natuurlijke eigenschap die er altijd al de kern van was.

18. De natuurlijke staat van zijn: geloof of werkelijkheid?

Een handeling is positief als deze in overeenstemming is met onze diepste natuur en negatief als ze daarmee in strijd is. Hoe meer we ons die lichtbron realiseren, die open en gewaarzijnde kwaliteit van de geest, hoe minder we verstrikt raken in de projecties, en hoe vrijer we worden van lijden. Dat verschuiven van je identificatie van de projecties naar datgene wat projecteert, van je beknellende identiteit naar de bevrijdende natuur van alles, dat is wat je leert op het spirituele pad. Dat pad verandert alle pijnlijke problemen in stappen op weg naar realisatie. Het geeft betekenis aan wat anders zo zinloos lijkt, namelijk het lijden, en doet dit langzaam verminderen en uiteindelijk verdwijnen uit je leven.

19. De spirituele liefdesrelatie

In de spirituele relatie wordt de liefde niet langer verstikt door angst en behoefte aan veiligheid, waardoor ze alsmaar blijft groeien en bloeien! Omdat je niet langer in de eerste plaats de ander nodig hebt voor je veiligheid en je eigenwaarde (die vind je namelijk in jezelf), ga je steeds moeitelozer onvoorwaardelijke liefde geven, en krijg je als vanzelf ook steeds meer liefde terug. In feite verdwijnt op den duur het onderscheid tussen liefde geven en ontvangen, en de relatie wordt een totale en vrijwillige samensmelting van twee onafhankelijke en hele mensen in één ervaring van liefde.

Een bestaande traditionele relatie ombouwen tot een spirituele is beslist een uitdaging. De relatie is immers ontstaan toen je nog overheerst werd door je behoeftigheidsbewustzijn, en bevat dus allerlei openlijke en verborgen beschermingsmechanismen, ontstaan om je te behouden voor afwijzing en zelfafwijzing.

Laten we eens kijken hoe je in de praktijk te werk kunt gaan bij het ombouwen van je relatie naar een spirituele:

  1. Stabiele relatie waarin beide partners spirituele aspiraties koesteren >> Alles wat in een traditionele relatie aanleiding is tot spanning en frustratie, kan benut worden voor transformatie van behoeftigheids- naar overvloedigheidsbewustzijn, van afhankelijkheid en erkenning nodig hebben naar onafhankelijkheid en liefde geven. Het is zo hartveroverend (ontwapenend) als je bij voorbaat de ander nooit veroordeelt en zelf alle verantwoordelijkheid voor je gevoelens neemt. Het is zo bevrijdend als je jezelf niet meer veroordeelt en je nooit meer schuldig hoeft te voelen over de gevoelens van de ander. Die steeds toenemende autonomie van beide partners is de basis van waaruit steeds meer onvoorwaardelijke liefde kan stromen.
  2. Relatie in crisis >> Of je nu bij elkaar blijft of niet: je relatiecrisis is als het stukbreken van de schaal die je vrijheid en je liefde altijd heeft bekneld en belemmerd. Dus hou op met je lijmpogingen, stop met het amputeren van jezelf en het manipuleren van de ander om die 'veilige' schaal te herstellen. Ga leven, ga liefhebben, ontdek de innerlijke veiligheid die altijd al bij je was en waar je tot nu toe altijd angstig voor weggelopen bent. Omhels die angst, want het is de deur naar je natuurlijke staat van zijn. 
  3. Stabiele relatie waarin één van de partners geen behoefte heeft aan spiritualiteit >> Liefde geven wordt je geluk, ongeacht of de ander je liefde retourneert. Het is heel waarschijnlijk dat je partner hierdoor zal ontdooien. Als jij je steeds minder druk maakt om je eigen veiligheid, is het natuurlijk ook mogelijk dat je partner zich juist onveiliger gaat voelen en steeds meer in verzet komt tegen jouw spirituele benadering. Misschien kun je de ander dan meer bevestiging en geruststelling geven.

20. Spiritueel vrijen

Zodra een gedachte gekoppeld is aan een zelfafwijzing, wordt het een dwanggedachte die alleen door bevrediging van de behoefte kan worden gestopt. De behoefte die het allerdiepst verweven is met ons behoeftigheidsbewustzijn is de seksuele begeerte.

Hoe ontwikkel je het vermogen om seksuele begeerte te 'bevrijden' van zelfafwijzing en te transformeren tot zuivere energie? De eerste fase is gewoon heel erg veel kijken naar hoe het met je eigen seksuele begeerte gesteld is.

Kijk goed, telkens en telkens weer, kijk naar je begeerte met oordeelvrij gewaarzijn en je zult steeds beter ook je subtiele verkramping zien, die aversie tegen je begeerte, de koppeling met je behoeftigheidsbewustzijn, je negatieve geloof. Je zult ook merken dat aandachtig gewaarzijn van je seksuele begeerte, die begeerte soms doet verdwijnen. Dit is nog geen transformatie, maar simpelweg het gevolg van het feit dat je geest zich afwendt van je seksuele gedachten en zich in plaats daarvan richt op de lichamelijke sensatie van de begeerte. 

Als je tijdens je meditatie geen spontane seksuele begeertes krijgt, kun je ze natuurlijk ook opwekken. Denk een paar minuten aan je meest begeerlijke fantasieën, totdat de begeerte gloeit in je onderbuik. Dan verplaats je je aandacht naar de fysieke sensatie, eventueel gecombineerd met een beetje aandacht voor je ademhaling. Tegelijk zoek je aandachtig naar die lichte vorm van verzet tegen je begeerte, die behoeftigheid en subtiele aversie en afwijzing ervan. En vergeet niet: alleen aandachtig kijken, niets eraan veranderen!

Een andere manier om te oefenen is tijdens zelfbevrediging. Wissel het fantaseren en stimuleren af met aandachtig gewaarzijn van het fysieke gevoel van begeerte. Je zult merken dat je opwinding daardoor telkens wegzakt. Dan moet je weer even nieuwe opwindende fantasieën aanspreken. Zo wissel je het opwekken van begeerte in je gedachten af met aandachtig gewaarzijn van de begeerte in je lijf. Als je toe bent aan het orgasme, stimuleer jezelf dan tot het onafwendbare begin van het orgasme en doe vervolgens zo weinig mogelijk, terwijl je tijdens het orgasme heel aandachtig je geest naar zichzelf laat lijken. Het helpt ook om te proberen je ogen open te houden tijdens het orgasme. Vergeet niet te genieten! Veel plezier!

Note: Vervolgens staan er diverse oefeningen in het boek waarbij je energie opwekt vanuit onder en dan laat doorgroeien naar boven.

21. Liefdesontsporingen

Er zijn drie manieren waarop de liefdevolle energie uit onze natuurlijke staat door zelfafwijzing ontspoort en vastloopt in een beknellend verslavingspatroon. Dissociatie leidt tot seksverslaving, versmelting leidt tot liefdesverklaring, en de wisselwerking tussen beide leidt tot relatieverslaving. Alle drie worden kort besproken. Meer informatie in het boek 'De verslaving voorbij', ook van Jan. 

22. In het belang van de kinderen

Kort samengevat: ouders moeten niet proberen hun kinderen te vormen vanuit angst en zelfafwijzing, maar hen met onvoorwaardelijke liefde, duidelijke grenzen en respect voor hun autonomie begeleiden, waardoor het ouderschap zelf een bron van spirituele groei kan worden. 

Uitgebreidere tekst bij dit kopje heb ik verplaatst naar een andere tab op deze website. Klik HIER.

23. De volmaakte illusie

Als we zien hoeveel vergissingen onze identiteit en ons handelen bepalen, kunnen we gemakkelijk denken: wat een ellendige en ingewikkelde wereld is dit. Maar dan kijken we naar de vergissingen door de bril van de vergissingen: we wijzen de afwijzing af en veroordelen het veroordelen. Ook dat is afwijzing. Niet de werkelijkheid is het probleem, maar onze manier van kijken.

Wanneer je aversie voelt tegen een situatie, een ander of jezelf, is het oordeelvrije gewaarzijn zichzelf vergeten en meegesleept in zijn eigen projectie. De pijn die daarop volgt, maakt je daarop attent. En wanneer je van die pijn probeert weg te lopen, doet het nog meer pijn. Het is een feilloos systeem.

Ook gehechtheid laat zien hoe dit werkt. Wanneer je je geluk of eigenwaarde afhankelijk maakt van een persoon of situatie, ontstaat angst om die te verliezen. Ook die angst wijst erop dat je overvloedige bewustzijn zich heeft laten meeslepen in de illusie van behoeftigheid.

Wanneer je niet langer door de bril van voor- en afkeur kijkt, verschijnt de werkelijkheid als een oneindig rijke stroom van beelden, gebeurtenissen, gedachten en gevoelens. Alles — succes en mislukking, erkenning en afwijzing, plezier en pijn — krijgt dezelfde smaak van volmaakte illusie, met daaronder een diepe vreugde.

Dit noemen de Tibetanen Dzogchen: de grote volmaaktheid. Lijden ontstaat volgens deze visie doordat we deze volmaakte staat vergeten. Angst en pijn herinneren ons eraan. Wanneer we uiteindelijk ook hún volmaaktheid herkennen, verandert lijden in realisatie: in vreugde, liefde, dankbaarheid en zorgzaamheid voor anderen.

Als je leert zien dat geest en ervaring een volmaakte eenheid vormen, herken je steeds meer volmaaktheid in wat aanvankelijk onvolmaakt lijkt. Dat geldt ook voor de twee grote belemmeringen op het spirituele pad: versmelting met veilige gedachtepatronen en dissociatie van onveilige patronen.

Hierin herken je twee fundamentele kwaliteiten van de geest: het vermogen de werkelijkheid liefdevol te omvatten en haar helder te overstijgen. Zonder gewaarzijn vervormen deze kwaliteiten tot versmelting en dissociatie. Binnen het heldere, zelfkennende gewaarzijn vormen ze juist de basis van alle spirituele groei: omvatten en overstijgen, liefde en wijsheid.

 

We zijn allemaal manifestaties van de volmaakte natuurlijke staat van zijn.